Paul Bremer was van mei 2003 tot juni 2004 bewindvoerder in Irak. Toen de oud-topdiplomaat en terrorisme-expert in Bagdad aankwam was hij geschokt door het geweld en de plunderingen. De Amerikanen hadden immers geen uitgewerkt plan voor de wederopbouw. Tijdens zijn eerste maanden werkte Bremer achttien tot twintig uren per dag in totale chaos. Al snel komt het tot meningsverschillen met het Pentagon over het aantal noodzakelijke troepen in Irak. Bremer stuurde een advies voor 500.000 troepen net voor zijn vertrek, driemaal zoveel als er op dat moment zijn, naar het Pentagon. Defensieminister Donald Rumsfeld had weliswaar gelijk gekregen dat de oorlog met een kleiner aantal soldaten kon gewonnen worden, maar om de vrede bewaren was het ruimschoots onvoldoende.
Na de val van Saddam werd er naar het voorbeeld van de denazificatie tevens een debaathificatie doorgevoerd. Een procent van de toplaag van de Ba'ath-partij werd uitgesloten van deelname aan het bestuur. Bremer gaf de uitvoering ervan door aan de Irakezen zelf waardoor het een speelbal werd van politiek getouwtrek. Grootste probleem waren de 10.000 leraren die ontslagen waren. Zo ontstond de indruk bij de bevolking dat iedereen die lid was geweest, uitgesloten werd met als gevolg dat het verzoeningsproces met de Soennieten werd verstoord. Ook na de machtsoverdracht naar een Iraakse interim-regering blijft het geweld in Irak voortduren. Bremer is niet te beroerd om zijn fouten toe te geven maar blijft net zoals zijn regering van mening dat in de strijd tegen het terrorisme de VS moet handelen vóórdat het aangevallen wordt.
jan.lievens@vlaamsbelang.org
Uit: Vlaams Belang Magazine - mei 2006.