Politoloog Wilfried Dewachter hield op 19 november jl. zijn afscheidscollege aan de Katholieke Universiteit Leuven. Naar aanleiding van zijn emeritaat verscheen bij uitgeverij Acco een bundeling van zijn belangrijkste wetenschappelijke bijdragen onder de titel 'Van Oppositie tot Elite. Over macht, visie en leiding'. Dewachter leverde een belangrijke bijdrage tot de politieke wetenschappen in Vlaanderen, onder meer als hoofdredacteur van het tijdschrift Res Publica.
Ruim veertig jaar lang heeft Dewachter de machtsverhoudingen en de politieke besluitvorming in België onder de loep genomen en gewezen op het democratisch deficit ervan. De politologie duidt het huidige politieke systeem als een polyarchie: een politiek bestel met meerdere machtscentra waar het volk nog niet tot zijn volle beslissingsmacht is gekomen. Een polyarchie die het verst is opgeschoven in de richting van de democratie combineert de rechtstreekse regeringskeuze met het volksinitiatief en het referendum. België is dus een "vrij magere polyarchie".
Dewachter behandelt in zijn boek de politieke realiteit van oppositie en elite: de evolutie van het parlement, de krachtlijnen van de regeringsvorming, het aandeel van het volk in de verkiezingen en de regeringsvorming, de politieke cultuur waarmee bedoeld wordt de informatiemaatschappij, de rol van de media, politieke vorming in het onderwijs en het effect van politieke propaganda. Tevens komen ook de macht en (in)stabiliteit van de elite aan bod, niet alleen de politieke elite maar ook de 'minder beweeglijke' administratie, het leger, het bedrijfsleven, het financiewezen en de diplomatie. Van bijzonder belang zijn evenwel de bijdragen over de versterking van de particratie onder de paarse en paars-groene regeringen en de positie van Vlaanderen in de verhouding oppositie-elite.
Oppositie
De opdracht van een oppositiepartij bestaat erin aan controle te doen, kritiek te formuleren en een alternatief voor te stellen. Niet alle oppositiepartijen beantwoordden aan die omschrijving. In zijn heldere analyse 'De mythe van de parlementaire democratie' onderscheidde Dewachter een aantal types oppositiepartijen.
De alternatief-lozen of pure-office seekers zijn louter geïnteresseerd in machtsdeelname, m.a.w. een wijziging van de machthebbers zonder een wijziging van het beleid. De parlementaire oppositie of policy-oriented parties wil beleidsdeelname zonder een structurele verandering van het beleid. Voor zover ze niet in de eerste categorie thuishoren zijn dat in België de traditionele partijen. De structurele oppositiepartij beoogt meer ingrijpende veranderingen dan de parlementaire oppositie zonder evenwel het systeem in vraag te stellen. Dewachter haalt hierbij het voorbeeld van de Volksunie aan als een partij die met haar programma van federalisme een aantal structurele wijzigingen nastreefde in het Belgische staatskundige model maar niet het Belgische systeem an sich in vraag stelde. Uiteindelijk heeft het pseudo-federalisme België gered, in die zin dat de macht van de Belgische elite onaangetast bleef. Tot slot is er de anti-systeempartij of de principiële oppositiepartij. Dergelijke partijen streven een zodanige verandering na dat het politieke bestel zelf van aard wijzigt. Uiteraard is het Vlaams Blok hiervan een goed voorbeeld: het streven naar een onafhankelijke soevereine Vlaamse staat betekent de vernietiging van de Belgische staat en de vervanging van de Belgische elite.
Paarse particratie
De regeringen-Verhofstadt van 1999 tot het heden hebben heel duidelijk de particratie versterkt door onder meer in te grijpen in de organisatie van de verkiezingen. Denk maar aan de hervorming van de kieswetgeving op maat van de regeringspartijen. Zo wordt door de invoering van de kiesdrempel de zweeppartij uitgeschakeld. Die zweeppartij vormt een electorale bedreiging voor de gevestigde partijen door aandacht te vragen en te krijgen voor nieuwe problemen en oplossingen. Het verdwijnen van de zweeppartij is dus een verlies aan democratie aangezien de kiezers macht verliezen. Uitdagende alternatieven en vernieuwingen verdwijnen. Dewachter wijst erop dat in Vlaanderen niet dezelfde politieke cultuur bestaat als bijvoorbeeld in Duitsland waar het FDP-kiezerskorps hardnekkig, ondanks de Sperrklausel, een liberale stem blijft uitbrengen.
Een recente aanduiding van de versterking van de particratie in België is de benoeming van ministers ongeacht het parlement waarin ze verkozen zijn. Wat te denken van de Vlaamse regering waar van de oorspronkelijke samenstelling nog slechts 3 ministers overblijven? Of het versnipperen van ministeriële bevoegdheden? Of het benoemen van ministers met weinig parlementaire vorming? Of het kelderen van de Copernicus-hervorming door de PS? Of Patrick Dewael die louter vanwege partijbelang verschuift van Vlaams regeringsleider naar federaal minister? Het kadert allemaal in de personeelspolitiek van de regeringspartijen.
België is geen democratie
"PS-voorzitter Di Rupo zei onlangs nog dat je een referendum moet organiseren als je het land uit elkaar wil doen vallen. De politieke elite is ervan overtuigd dat een referendum het bestaan van België bedreigt en breidt dat uit: een democratische beslissing bedreigt het bestaan van België."
(Wilfried Dewachter, F.E.T., 15 november 2003)
|
Elitaire consensus
"Wij hebben in België een sterke elitaire consensus die de grenzen van welk beleid er gevoerd wordt uittekent: daarbinnen mag je gaan maar daarbuiten mag je niet gaan. Die elitaire consensus is nog altijd Belgisch bepaald." (…) "De cultuur van België als maatschappij en als staat vanaf 1830 tot op de dag van vandaag, die cultuur leeft nog altijd heel sterk in die Belgische elite."
(Wilfried Dewachter, Klara, 13 april 2003)
|
De meerderheidspartijen fungeren als "overbruggende bevelsstructuur" tussen de verschillende regeringen. Dat wordt ronduit toegegeven door oud-PS-voorzitter Guy Spitaels: "We hebben in dit land drie soorten regeringen: de federale, die van de gewesten en die van de gemeenschappen. Neem het Franstalig niveau. Een sterke partijvoorzitter, bijvoorbeeld van de PS, kan die drie regeringen perfect controleren, in bedwang houden zelfs. Door het regeerprogramma waaraan hij heeft meegewerkt, via de mensen die hij als minister uitstuurt en door de vergaderingen die aan elke ministerraad voorafgaan." (Knack, 11 april 2001)
Kenmerkend voor de Belgische particratie is het cordon sanitaire. Neutralisering van het Vlaams Blok door een te vroege machtsdeelname, zoals bij Volksunie en Agalev, was niet aan de orde. Dewachter stelt vast: "door deze banvloek snijdt men van het Vlaamse politieke spectrum in 2003 bijna 20% (17,9%) af. Die 18% "speelt niet mee". De onderhandelingsruimte wordt letterlijk en figuurlijk ingekrompen, vooral voor de Vlaamse partijen." Het cordon sanitaire versterkt dus de onderhandelingspositie van de Franstalige partijen.
Vlaamse elite
De Belgische staatsstructuur is niet aangepast aan de maatschappelijke realiteit: de Belgische maatschappij loopt leeg. Om dit te illustreren brengt Dewachter enkele voorbeelden aan die niets met de Vlaams-Waalse verhouding te maken hebben waaronder het aantal werkzoekenden per gemeente in België en het aantal moeders met een buitenechtelijk kind. Brengt men deze in kaart dan tekent de taalgrens zich duidelijk af: de cijfers liggen in Wallonië aanzienlijk hoger. Vlaanderen en Wallonië zijn als samenlevingen op een fundamenteel andere wijze georganiseerd. Ook in de politieke cultuur onder de partijen is een communautaire breuklijn te ontwaren. Vlaanderen is een aparte maatschappij die politiek echter nog niet volwassen is omdat het de instrumenten daartoe ontbreekt.
Van oppositie tot elite: het is de doelstelling van het Vlaams Blok. Het is tevens de moeilijkste fase in het bestaan van een partij: de transformatie van een oppositiepartij naar een beleidspartij. Maar er is geen weg terug: het Vlaams Blok heeft de ambitie om Vlaanderen te besturen. De oppositie is de meerderheid in potentie. Aan ons om dat waar te maken en een Vlaamse elite te vormen die daadwerkelijk Vlaams is.
jan.lievens@vlaamsbelang.org
Uit: Vlaams Blok Magazine - februari 2004.