Veel belangrijke nieuwe ideeën verschijnen in tijdschriften. Denken we maar aan het artikel van
Francis Fukuyama The End of History? in
The National Interest (zomer 1989) en
Samuel Huntington's
The Clash of Civilisations? in
Foreign Affairs (zomer 1993). Beiden werkten hun artikels uit tot een boek. Zo ook Robert Kagan die met zijn artikel
Power and weakness in
Policy Review (juni/juli 2002) furore maakte. Later verscheen zijn analyse in boekvorm
Of Paradise and Power waarvan de Nederlandse vertaling ter bespreking voorligt. Het artikel van Kagan kwam op een moment dat het debat over de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten druk bediscussieerd werd en een hoogtepunt bereikte met de controverse rond de zoektocht naar massavernietigingswapens en de inval in Irak. De Amerikaanse VN-wapeninspecteur Scott Ritter - nota bene een republikein die voor Bush heeft gestemd - toonde aan dat het niet zozeer om
weapons of mass destruction ging maar eerder om
weapons of mass distraction (afleiding).
De auteur werkte tijdens de jaren '80 onder Reagan voor het ministerie van Buitenlandse Zaken. Vandaag is hij Brussels correspondent bij
The Washington Post en maakt hij tevens deel uit van verscheidene neoconservatieve denktanks die het beleid van Bush trachten te beïnvloeden. Zo staat het
Project for the New American Century een buitenlands beleid voor geschoeid op "militaire macht en morele klaarheid" om zo het
global leadership van de Verenigde Staten te verzekeren. Deze neoconservatieven zijn in essentie verdoken liberalen, zij zien het conservatisme als een tactiek om het liberalisme te beschermen. Het is immers een liberale fantasie dat je democratie en mensenrechten kan importeren naar landen die niet de historische en institutionele achtergrond hebben om die te ondersteunen. De
neocons worden dan ook zwaar op de korrel genomen door de traditionele conservatieven, de zogenaamde
paleoconservatieven, waarvan gewezen presidentskandidaat
Pat Buchanan een vooraanstaand spreker is.
Venus versus Mars
Ondanks deze kritische bemerkingen is Kagan's analyse meer dan de moeite waard. Amerika en Europa zijn uit elkaar gegroeid. Kagan neemt de vergelijking van de filosofen Kant en Hobbes. Europa gaat uit van een idealistische visie (Kant) waarin macht overstegen wordt en niet meer nodig wordt geacht in een wereld van eeuwige vrede. Amerika ziet een Hobbesiaanse, anarchistische wereld waarin het gebruik van machtsmiddelen noodzakelijk is om veiligheid en welvaart te garanderen. Vandaar Kagan's uitspraak dat Europa van Venus is en Amerika van Mars.
Het feit dat de Verenigde Staten makkelijker overgaan tot het gebruik van militaire middelen en Europa eerder kiest voor internationaal overleg, heeft te maken met hun kijk op de wereld, hun historische ervaring maar ook heel concreet met het feit dat de VS nu eenmaal over een grote militaire macht beschikken en Europa een militaire dwerg is. Kagan heeft uiteraard gelijk als hij stelt dat Europa zich misrekent door de militaire pijler te verwaarlozen. In de internationale politiek is militaire macht noodzakelijk, al was het maar als stok achter de deur. Maar de geschiedenis leert ons dat wie bewapend wordt door de Amerikanen ook door hen wel eens wordt ontwapend. Een sterk en onafhankelijk Europa is een Europa dat werk maakt van een Europese militaire samenwerking en zijn defensiemacht uitbouwt.
jan.lievens@vlaamsbelang.org
Uit: Vlaams Blok Magazine - oktober 2003.