In de tweede helft van 2001 was België voorzitter van de Europese Unie. De betogingen en rellen van antiglobalisten te Seattle, Nice, Göteborg en Genua lagen al achter ons en we zagen eerste minister Verhofstadt met veel hubris zijn rol vervullen als EU-voorzitter. Minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel schoffeerde enkele van zijn Europese collega's. Twee belangrijke punten op de EU-agenda toen waren de uitbreiding van de Unie en de hervorming van de instellingen. Uiteraard speelden de aanslagen van 11 september ook in Europa een belangrijke rol. Doorbraken werden geforceerd inzake politie en justitie, buitenlandse zaken en defensie. Denken we maar aan de snelle interventiemacht die eind dit jaar, reeds beslist op de EU-top te Helsinki in 1999, volledig operationeel zou moeten zijn.
In oktober van dat jaar, op het moment dat in Gent een informele Europese top doorging, verscheen in het financieel-economische weekblad Trends een opmerkelijke artikelenreeks onder de titel 'De lichtheid van het antiglobalisme - wat de slogans niet vertelllen'. Hierin onderzocht chief economist Johan Van Overtveldt zes basisstellingen van de antiglobalisten:
- De vrijemarkteconomie drijft te veel op puur financiële transacties, speculatie en woekerwinsten;
- De vrijemarkteconomie bedreigt de algemene welvaart en welzijn;
- De vrijemarkteconomie zorgt voor een inkomensverdeling die alsmaar ongelijker wordt;
- De vrijemarkteconomie put de grondstoffen en energiebronnen van Moeder Aarde genadeloos uit;
- De vrijemarkteconomie doet het milieu steeds meer verloederen;
- De vrijemarkteconomie ondermijnt de democratie door de machtsconcentratie bij grote privé-ondernemingen;
Al gauw bleek het om een zeer brede maar zwak gefundeerde beweging te gaan. Tekenend hiervoor was de terminologische verwarring: waren het nu antiglobalisten of andersglobalisten? Etiketten die een brede coalitie van gefrustreerde communisten, reformisten en de gebruikelijke opportunisten moesten dekken. Voor neomarxisten op zoek naar nieuwe retoriek gold het boek 'Empire' van Antonio Negri en Michael Hardt als een nieuw 'communistisch manifest'. Anderzijds waren er de reformisten zoals de Britse Noreena Hertz, die met haar 'The Silent Takeover' het had over de stille machtsovername van multinationals op de politieke besluitvorming maar verder verklaarde niets tegen het kapitalisme op zichzelf te hebben. Of de Canadese Naomi Klein die in het pamflettaire 'No Logo' van leer trekt tegen multinationals maar haar boek nota bene uitgaf bij HarperCollins Publishers van mediatycoon Rupert Murdoch. Zelfs een bepaalde rechterzijde trachtte een graantje mee te pikken in het antiglobalistische protest. Geďnspireerd door het werk van ondermeer de nieuw-rechtse filosoof Alain de Benoist of conservatieve (volgens hen een pleonasme) ecologisten zoals Edward Goldsmith waren pleidooien voor kleinschaligheid, zelfs tribalisme niet van de lucht. De gemeenschappelijke vijand? Het kapitalisme, de vrije markteconomie, of het 'neoliberalisme' waarbij steevast de namen Thatcher en Reagan vallen.
In het voorliggende boek 'Martkzege[n]' heeft Johan Van Overtveldt zijn artikelenreeks verder uitgewerkt. Hij beperkt zich echter niet tot het deskundig onderuithalen van de antiglobalistische axioma's maar biedt ook een alternatief: een versterking van de vrije markt. Die conclusie hoeft niet te verwonderen voor iemand die zijn doctoraatsverhandeling maakte over de 'Chicago school'. Niettemin is dit boek een aanrader voor wie goed geďnformeerd wil zijn over het globaliseringsdebat, daarbij wel rekening houdend met het referentiekader van de auteur. De titel is dan ook sprekend: de overwinning van de vrije markt is voor deze auteur een zegen.
jan.lievens@vlaamsbelang.org
Uit: Breuklijn - mei 2003.